Zaanse Skraiverai 2015

 
 


GRIM





OITSKAIERSTAID  en de VLAG OIT


De jongkhaid ken effies der gangk oittoile. Et is oitskaierstaid. De afgelopen week hebben veel jongelui uitslag gekregen van hun examens en we filsetere ze allegaar weer de vlagge oitehonge benne.

Ze hewwe oiteplust  wet of ze nou doen gane as de vekansie verbai is. Der benne der bai die der puur aardeghaid hewwe en al een stiekie ‘evonde hewwe veur de zaterdag en een stageplekkie.

Ze kenne effies der gangk oittoile: ze kunnen even uitrazen.

Oitskaierstaid:  tijd om op te houden, te eindigen.

Stiekie : baantje.

Blaieghaid : blijdschap, vreugde. Zie ook vraieghaid, dommeghaid, natteghaid.

Zaankanters waren zelden stellig in hun uitspraken, dat zie je steeds weer.

Maar een feestje bouwen kunnen ze als de beste.


EFFE OPSTEKE

Bij een lekker fietstochtje, of als je  op een andere manier een ommetje maakt, kan het heel fijn zijn in een mooie omgeving even te pauzeren, het liefst met een frisje of koffie. De Zaankanters zeggen dan ‘effe erreges opsteke’, je hoort het nog wel eens.

Het woord komt uit de zeilvaart, men maakte een opsteker ( draaide de steven in de wind) om voor anker te gaan of aan te leggen.

In het Westfries betekent opsteke ook ‘een kort bezoek brengen’.Eigenlijk niet langer dan nodig is om even een pijp op te steken of te roken.

Men kent ook opsteke in de groene herreberg , onderweg rusten in de berm. En: droug opsteke onderweg rusten zonder een café aan te doen.


BIJLIGGEN / BAILEGGE

Onlangs kwam zomaar het woord ‘bidelotje’ naar voren toen ik bij onze Westzaanse Coop door een oudere mevrouw werd aangesproken.

Ook ik wist me dat woord te herinneren, vader had het er wel eens over.

Toch blijkt het geen Zaans te zijn. Het staat in Van Dale omschreven als

‘vormpje waaromheen men een das strikt’

Toch lee et me zomaar bai det et ok bai een brieven bef hoorde.  Een papieren front voor een overhemd, dat gebruikt werd bij gebrek aan een ‘zondags overhemd’. En als je ergens ‘pontificaal’moest verschijnen........

De  herinnering aan sokophouders met één ( ik noem het maar)  ‘jarretel’ en losse boorden voor een overhemd. Ik moest ze altijd naar de wasserij brengen. Staive krenge.

Bailegge is dus ‘herinneren’.


EEN OPPERTJE.

Me skreve alderes over een louwersie, een-gewete-weer-een-driemaster-in-rondzaile-ken ( een geweten dat nog ruimer is dan een gewete-met-een-raig) begaffele en zuk. Het zijn allemaal woorden uit de zeilvart.

Me noeme der voor de aardeghaid nag een paar. Die skeepvaart, of et nou met een grote skoit, een plat of een roeibootje gong,  was ommersvan impertansie in ons waterraike gebied. Denk maarderes an de poppiesroeister.


Oppertje:  gunstige zeilwind. . Maar ook: een buitenkansje, voordeeltje.

Zo leneg as een ankerstok.: stijf als een plank.

Et haist wel : het gaat wel ( als antwoord op ‘hoe gaat het met je’ )

De koud inskepe : kou vatten.

Een stik op et zoie :  flink opgeschoten.

Et is kwaad water: er is ruzie, onenigheid.


WORVEL


Je zult het niet geloven. We willen tegenwoordig zoveel mogelijk biologisch, puur natuur en we proberen er meer aandacht voor te krijgen.

Maar sinds enige tijd mag het ´hoissie´ boven de sloot, bij de molens niet meer gebruikt worden. Der is een poesteg kirreltje van et waterskap ‘eweest. ’t Aitje dun ‘eskild.Hai zee detter een chemisch toilet komme most; der magge gien drolle meer in sloot.

Zouden de dikbillen die bij de molen lopen ook zo’n berichtje gehad hebben?

Zo blaift de worrevel van et sekreet helegaar stil op ze plaas en moete ze strakkies met een are boldootskoit met et chemiese spul nei de gemeente.

Ik zou det kirreltje welderes zien wulle assie dagwerrek-met-de-broek-of het taides ze inspektietochie.

Worrevel:  houten deursluiting.

Poestig : opvliegend.


GOESIE EN GUSSIE.

De betekenis van goes, het meest bekend in de verkleining goesie, is ongeveer: een klein bedrag, een gift. ‘ik hew me dochter een goesieegeve voor een nuwe jurrek’  of  ‘met de kerremes perbere me altaid wet goesies te kraige’

De Zaankanters zeiden vroeger ook: bai de goes  dan bedoelden ze ‘op de gis’.

Goese was ook een knikkerspel, de goes was daarbij inzet, een bepaald aantal knikkers. Dit goese werd door de knikkerende jongens ook wel kulekie-gof genoemd.

Wil je melk in je koffie?  Veel? Nou gewoon een gussie.

Een gussie is een kleine hoeveelheid van een of andere vloeistof. Merkwaardig, een guts is juist een grote hoeveelheid.

In afnemende grootte kende men een gus, een gussie, een klain gussie en een meggepisie.

Kleidoiffie nuuw 130615.

 

Kleidoiffie skraift:

Hieronder de berichtjes van deze week in de krant. Wij wensen u veel leesplezier.


Bij “Berichten 2015” staan alle stukjes van het huidige jaar.